De meeste zesdeklassers hebben nog nooit skimateriaal gezien. Enkele dagen voor het vertrek laten we wel wat ski's, skibindingen, skistokken en skischoenen zien!   
Maar hier krijg je ook al een beetje uitleg.

 


 


Je skilatten zijn wellicht hoofdzakelijk uit kunststoffen gemaakt. Maar er kan ook een metalen kern of laag inzitten, en sommige fabrikanten gebruiken zelfs hout. De skizool (de onderkant dus) is superglad en wordt afgeboord door metalen randen die scherp geslepen moeten zijn. Wat betreft de juiste lengte, je ski's zullen ongeveer tot aan je schouder komen (als je ze tenminste rechtop zet).

 

 

De bindingen dienen om je skischoenen stevig vast te maken aan de latten. Men spreekt ook wel van veiligheidsbindingen, want ze dienen open te springen als je valt. Indien ze dat niet zouden doen, zou je zeer gemakkelijk een been breken! Als de hielbinding losspringt, schieten ook de stoppers naar  buiten; ze verhinderen dat de ski's de helling afglijden (en zo gevaarlijke projectielen voor andere skiërs zouden zijn).

 


Aan de voorste binding merk je ook een wijzertje in een schaalverdeling. Men kan immers de spanning van de bindingen regelen. Daarbij spelen lichaamsgewicht en ski-ervaring een rol Bij beginnende skiërs zal de spanning minimaal afgeregeld zijn, want bij leren skiën komt toch wel wat valwerk kijken, en dus moeten de bindingen gemakkelijk open gaan! Teenbindingen klappen dan links of rechts weg, hielbindingen springen omhoog.

 

 


Hoe geraak je nu in die bindingen?

Allereerst zoek je een ruime vlakke plek op de piste uit. Je legt je ski's ± 15 cm uit en naast elkaar op de sneeuw. Til je ene been op en sla of krab met de skistok de sneeuw die aan je schoenzool kleeft eraf, terwijl je steunt op je andere skistok.
Zodra je een zekerder gevoel op je ski's hebt gekregen kun je de sneeuw eronder vandaan halen door deze er met behulp van je bindingen af te vegen of te trappen.

 

Nu duw je de punt van je schoen onder de voorste binding, vervolgens zet je je voet neer (let op dat je wel midden op de achterste binding gaat staan) en druk met kracht je hiel naar beneden. Dit herhaal je bij je andere ski.
De tweede ski kan natuurlijk problemen geven i.v.m. je evenwicht. Laat je dan helpen door een medeskiër, door te vragen of deze de sneeuw onder je schoen vandaan wilt halen.

 



De bindingen losmaken doe je zo.

Je drukt met de punt van je skistok met kracht op de achterzijde van je binding (achter je hiel). Je binding gaat nu open en je kunt eruit stappen.

 

Om goed en comfortabel te kunnen skiën heb je passende skischoenen nodig. Opgelet, sneeuwklasser, jij en jij alleen moet de schoenen passen en er op dat moment voor zorgen dat je de volgende dagen niet met pijnlijke voeten of benen komt te zitten.

De eerste dag op sneeuwklas zal men je schoenmaat meten. Je krijgt dan een paar skilaarzen toegestopt die je moet passen. Let daarbij zeer goed op het volgende!!

 

 

Je tenen moet je vrij kunnen bewegen, de schacht moet zodanig om je kuiten sluiten dat het moeite kost om je hand achter in je schoen te duwen, en je hielen moeten geen kant op kunnen.

 

Als dat niet zo is, heb dan geen schrik om dat te zeggen aan je leraar,skimonitor of de magazijnier. Ze zullen je graag een ander paar schoenen geven om te passen. Wacht niet tot je 's anderendaags op de piste staat en het te laat is!

 

Tenslotte krijg je nog een paar ski- stokken. Die dienen niet echt om je evenwicht te bewaren, maar eerder om je af te zetten op vlak terrein of als je eens 'bergop' moet. Als beginner ga je trouwens heel dikwijls zonder stokken de piste op, gewoon omdat ze overbodig zijn bij het aanleren van bepaalde technieken.  Bij parallelski daarentegen (gevorderden!) zijn ze nuttig om de bocht 'in te leiden'.

 

VEEL SKIGENOT!